papegaaienkennis: verzorging:
kortwieken
onderhoudswieken:
Wanneer de vogel gekortwiekt is ben je natuurlijk nog niet
klaar.
Na het wieken is het verstandig om even goed te controleren of de vogel ook
daadwerkelijk niet meer kan vliegen.
Stimuleer de vogel, uiteraard binnen een veilig situatie, tot vliegen.
Volgroeide veren die gewiekt zijn groeien niet meer!
Zodra de vogel in de rui komt vallen niet alleen de normale veren uit maar ook
de gewiekte veren.
Het is ook mogelijk dat de vogel zelf eens een veer, al dan niet bewust, trekt.
Verder kan het voorkomen dat er een veer tijdens het wapperen van de vleugels
beschadigd wordt en uitvalt.
Zo zijn er nog wel meer situaties denkbaar waarbij er een of meerdere veren
uitvallen.
Controle:
Zodra er een veer uitgevallen of getrokken is zal zich vrijwel direct op die
plaats een nieuwe veer gaan ontwikkelen.
Je hoeft helemaal niet op te kijken wanneer er dan binnen 2 weken een totaal
volgroeide veer terug is gekomen.
Daarom is een regelmatige controle van de vleugels van de gewiekte vogel echt
heel belangrijk.
Het is echt weleens voorgekomen dat een goed gewiekte vogel binnen 3
weken in staat bleek te zijn weer te kunnen vliegen.
Eigenlijk is het verstandig om elke week even de vleugels van de vogel te
spreiden zodat je goed kan controleren op eventueel nieuw ontwikkelde veren.
Controle-trainingen:
Veel papegaaien vinden het niet fijn wanneer je aan de vleugels zit en al
helemaal niet wanneer je de vleugels ook nog open trekt.
Een goede training om de vogels aan deze controle te wennen is de
"theedoektherapie".
Zodra de vogels gewend zijn aan de theedoek kan je onder de theedoek het
spreiden van de vleugels gaan oefenen.
Wanneer de vogel daaraan gewend is kan je over het algemeen de vleugels ook
zonder hulp van een theedoek spreiden.
Onderhoudswieken:
De vleugels van de gewiekte vogels kan je, bij behoefte, gelijk na het
controleren een onderhouds-wiekbeurt geven.
Heeft er zich een nieuwe veer volledig ontwikkeld, controleer dan meteen even of
er bloed in de schacht van deze nieuwe veer zit. Je mag de veer uitsluitend
op dat gedeelte knippen waar werkelijk geen bloed in de schacht zit.
Zit er geen bloed in de schacht dan kan je de veer zonder problemen knippen op
het niveau van de bestaande wieklijn welke je eenvoudig kan herkennen aan de nog
zichtbare gewiekte veren.
Hierbij wordt er gemakshalve vanuit gegaan dat de papegaai voorheen correct
gewiekt was.
In de praktijk kan het voorkomen dat je de nieuwe veren al knipt op een moment
dat deze nog niet geheel volgroeid zijn.
Je zult dan na enige tijd vaststellen dat deze veren nog een stukje doorgegroeid
zijn en dan is het wellicht verstandig om er naderhand nog een stukje van af te
knippen zodat de veer mooi gelijk ligt op de oorspronkelijke wieklijn.
Soms gebeurt het dat de buitenste grote veren (slagpennen) als eerste
teruggroeien.
Vervelend want deze veren zijn uiterst kwetsbaar wanneer er geen ondersteunende
veren naast zitten en het wil dan wel vaker gebeuren dat deze veren beschadigen
bij het wapperen.
Om deze beschadigingen te voorkomen kan je vroegtijdig de punt van deze nog
groeiende veer wat afknippen, maar let daarbij altijd goed op dat je niet in een
bloedschacht knipt!